Het gaat goed met de ouderen in Nederland. Inkomen en opleidingsniveaus nemen toe. Tussen 1993 en 2010 is “het netto vermogen van ouderen in doorsnee meer dan verviervoudigd (gecorrigeerd voor inflatie)” (Bron: IBO, 2013). Ze zijn ook steeds hoger opgeleid zo blijkt uit onderzoek van het SCP. In 2030 zal het aantal hoog opgeleide 65+ers zijn verdrievoudigd ten opzichte van 2010. Hetzelfde geldt voor het aantal middelbaar opgeleiden.

De levensverwachting neemt toe en we zijn ook gedurende een langere tijd vitaal. Dit hangt overigens weer samen met onder meer het opleidingsniveau; de prevalentie van chronische aandoeningen is lager, naarmate het opleidingsniveau toeneemt (Nationaal Kompas Volksgezondheid, 2012).

In meerdere opzichten gaat het dus eigenlijk goed met onze ouderen. Kleine correcties in pensioenen doen daar weinig aan af. Je zou denken: de ouderen kunnen prima voor zichzelf zorgen.

Dat is ook wat het kabinet gedacht moet hebben. Alleen mensen met een zeer intensieve zorgvraag komen nog in aanmerking voor collectieve bekostiging via de WLZ. Of mensen met een laag inkomen die hulp of zorg nodig hebben via de WMO. Met hetzelfde gemak zijn de verzorgingshuizen opgeheven, want de verzorgingsstaat is verleden tijd en er is geen vraag meer naar appartementen van 25 m2. .

So far so good. Een terugtredende overheid en afkalvende verzorgingsstaat zijn tekenen van de tijd. Die waren misschien ook onhoudbaar. Einde van de collectieve bekostiging, zou ook het begin moeten zijn van initiatieven in de markt. Het aantal kwetsbare 65-plussers zal tussen 2010 en 2030 toenemen van circa 700.000 tot 1 miljoen (SCP, 2012). Ondanks het feit dat mensen lang in hun oorspronkelijke woning (willen en kunnen) blijven wonen, ontstaat er toch een vraag naar nieuwe woonzorgconcepten. Verzorgingshuizen waren al lang geen bejaardenoorden meer, waar je vrijwillig naartoe verhuisde. Verpleeghuizen mogen niet meer groeien. Er is dus een groep ouderen thuis, die baat zou hebben bij een vorm van geclusterd wonen met een behoorlijk niveau van zorg. Ouderen met een midden-inkomen, anderhalf keer modaal. Het nieuwe verzorgingshuis of – zo u wilt – de nieuwe serviceflat.

Ongeveer de helft van de 65+ers maakt nog een verhuisbeweging. Zij zoeken een appartement of een grondgebonden woning, waar zij oud kunnen worden en zo nodig (intensieve) zorg kunnen ontvangen (Planbureau voor de Leefomgeving, 2013). In bijna alle gevallen gaat de laatste verhuisbeweging naar een huursituatie.

Er is dus markt.

Het ABF berekent voor het ministerie de bouwopgave voor verzorgd wonen. Er is tot 2021 een bouwopgave voor verzorgd wonen tussen de 8.700 en 10.900 woningen per jaar (!). Gemeenten zien ook tekorten in seniorenhuisvesting zoals blijkt uit het recent gepubliceerde onderzoek van Ipso Facto: de helft van de gemeenten ziet een tekort.

Wie stapt daar in? Woningcorporaties bouwen niet meer in de vrije sector (ook recent onderzoek van CorporatieNL) en bovendien hebben veel ouderen een inkomen waarmee ze niet voor een corporatiewoning in aanmerking komen. We moeten het niet meer zoeken in de collectieve sector…  Ontwikkelaars en beleggers zien vaak onvoldoende rendement in dit segment en zij kiezen voor bekend terrein: gewone woningbouw voor de verkoop.

Ik denk dat er voor ontwikkelaars en beleggers veel mooie kansen liggen om in zorggeschikte wooncomplexen te investeren. In de middeldure huur. Voor ouderen met een lichte tot zware zorgvraag.
En er ligt een opdracht voor gemeenten initiatieven op gang te helpen en mee te werken in het vinden van goede locaties.

Share This